Biologisch melken geeft andere teeltinzichten

Johan Boussemare en Isabel Delanote hebben een melkveebedrijf in Nieuwkapelle. Hun recente overstap naar biologisch melken gaf een nieuwe blik op de bedrijfsvoering. Op vlak van teelten ging er een nieuwe wereld open. Johan en Isabel maken deel uit van de grensoverschrijdende club van PROTECOW. Hun ervaringen zijn ook voor niet-biologische melkveehouders interessant. 

 

Voor ze de biologische weg insloegen, hadden Johan en Isabel vooral maïs en gras in het rantsoen, maar daar zijn ze sinds oktober 2017 van afgestapt. Voor de omschakeling had het bedrijf zo’n 25 hectare akkerbouw, wat arbeidsintensief was. Ze hadden de keuze om op dezelfde manier door te gaan of om ruwvoer te telen voor melk- en jongvee. Ze kozen voor de laatste optie, en zagen het als een verrijking om als biologische melkveehouders aan de slag te gaan. 


Omschakelingstraject
“De grootste omschakeling gebeurt in het hoofd van de boer”, geeft Johan aan. Het is een vorm van resetten, loskomen van alle dingen die je als gangbare melkveehouder geleerd hebt. Geen kunstmest of chemicaliën meer, de bodem moet nu zowel fysisch als chemisch gezond zijn.

De grootste ommezwaai was het teeltplan wijzigen. De doorzaai van het gras was onvoldoende om genoeg klaver in de grasmat te krijgen. Johan en Isabel zochten naar nieuwe teelten die passen bij het melkvee en die makkelijk(er) onkruid overwinnen. Voorlopig telen ze geen maïs.  


Variatie in het voeder
Het rantsoen van de 120 koeien bevat voornamelijk 8 kg droge stof gras-klaver, 3.5 kg droge stof van de mix met veldbonen en triticale en nog 4 tot 5 kg droge stof uit kuilgras. Momenteel halen de koeien ongeveer 8 kg droge stof gras op tijdens het grazen.

Bij het inkuilen van het gras wordt gekozen voor lasagnekuilen. Volgens Johan is er een enorm verschil tussen de verschillende snedes gras. De eerste snede bevat veel suiker. Die kuilen ze samen met de derde en vijfde snede in. De vierde snede wordt ingekuild bovenop de veldbonen. De tweede snede voeren ze volop in het najaar om het rantsoen voldoende op peil te houden. 

Gedorste winterveldbonen met triticale vormen samen met gerst en een kleine hoeveelheid soja de basisingrediënten voor een zelfgemaakte krachtvoermix. De biomelkveehouder wil zoveel mogelijk producten van eigen grond en vullen dat zoveel mogelijk aan met de nodige mineralen. 

De melkproductie ligt nu ongeveer op 27 kg melk per koe. In 2017 lag de gemiddelde melkproductie op 8.000 kg, maar het koppel verwacht dat dat nog kan stijgen. 


Verbetering van ruwvoederopbrengsten
Volgens Johan zit er nog winst in de verdere verbetering van de ruwvoederopbrengsten. Dat kan door het juiste oogstmoment te bepalen en door onkruidbestrijding. Dat laatste kan vooral met behulp van teeltrotatie. De familie Boussemaere heeft 12 hectare natuurweides, 65 hectare gras-klaver, 10 hectare winterveldbonen, 23 hectare gerst-erwten en 2 hectare voederbieten. In de toekomst starten ze mogelijks nog met biologische akkerbouw.


Ervaring met alternatieve eiwitbronnen
Een van de aandachtspunten binnen het PROTECOW-project is de import van sojaschroot beperken door over te schakelen naar bedrijfs- en streekeigen eiwitbronnen. Daar is het bedrijf van Johan en Isabelle bijna voor 100 % in geslaagd. De daling van hun melkproductie was relatief beperkt bij de omschakeling naar biologische melk. Ervaringen uitwisselen is een grote meerwaarde voor de 17 andere melkveehouders uit de grensoverschrijdende club van PROTECOW.


Bron: Veelteelt, mei 2018


>> Lees hier het volledige artikel


Voor meer info / Plus d’infos
Decaesteker Eddy -E: eddy.decaesteker@inagro.be

Publicatiedatum / Date de publication 13/06/2018
TOP